Fakkeldragers en de opgaande zon

In aanloop naar Kerst, de voorloper van het verhaal van de geboorte van het Christuslicht…

zoroaster-school-van-athene

Zo’n 3000 jaar geleden, in het oude Perzie, het huidige Iran en Afghanistan leefde eens een herder. Zijn naam was Zoroaster. Rond zijn twintigste levensjaar ervoer Zoroaster een crisis en begon hij rond te dwalen. Na tien jaar kreeg hij, gezeten aan de oevers van de Oxus (de Amu Darja) een visioen van de god Ahura Mazda. Hij doorzag daarmee hoe de mens was ingeklemd tussen goed en kwaad en begon met zijn liederen en verhalen zijn wijsheid te delen. Het verhaal dat hij vertelde ging als volgt:

De mythe van Mithras

In den beginne
Het verhaal van Mithras begint in oeroudemythe-van-mithras tijden, toen de wereld nog ongeschapen was, in de tijd dat er alleen de Ene was, die begin noch einde heeft. Die Ene was het die beide grote goden maakte: Ahura Mazda en Ahriman. Ahura Mazda maakte alles wat mooi was en schoon boven de grond.: de bovenwereld. Daar waar Ahura Mazda regeerde was het eeuwig zomer.

Ahriman daarentegen maakte voor zichzelf een koninkrijk van duisternis: de onderwereld.

In de wereld van Ahriman was het altijd winter en was de grond hard bevroren als ijs. Hij werd jaloers op de schone schepping van Ahura Mazda en probeerde die te bederven.
Zo lukte het Ahriman uiteindelijk twee maanden winter te brengen in de wereld boven de grond.

Toen schiep Ahura Mazda een paradijselijke tuin, de schoonste plek op aarde. Hier bloeiden rozen en zongen de mooiste vogels hun lied. Ahriman echter maakte insecten en slangen en liet die in de tuin. Zij brachten wanorde in die blijde plaats. Daarna schiep Ahura Mazda de eerste mensen, een man en een vrouw: Mashya en Mashyoi. Zij werden geboren uit de aarde, volgroeid en gereed, en Ahura Mazda sprak tot hen: “Jullie zijn mensen, meesters over de wereld. Denk alleen dat wat goed is. Aanbid mij, en luister niet naar de Deava’s van Ahriman.” Ahriman echter fluisterde hen in dat hij de schepper was van al het schoons dat zij zagen en zij zeiden tegen elkaar: “Voorzeker was het Ahriman die al dit moois maakte; laat ons hem aanbidden.”

De gouden eeuw
Ahura Mazda verliet hun echter niet, maar waakte over hen en zij gaven zich niet volledig over aan het kwaad. Zo leefden zij met hun kinderen in de tuin van Ghaon en een gouden eeuw brak aan voor de mensheid. De macht van Ahriman groeide en aan de gouden tijd kwam een einde. Ahriman ademde met zijn ijselijke adem over de tuin en de tuin verging en de mensheid werd verspreid over de hele aarde. Zij begonnen elkaar te bevechten en af te slachten. De dood kwam over de aarde, precies zoals Ahriman had bedoeld. Iedere mens die stierf dwaalde door het rijk waar Ahriman koning was.

De Nieuwe Mens
Ahura Mazda keek neer op de wereld en was bedroefd. Hij dacht lang na over hoe hij de mensheid weer op het goede spoor kon brengen. Tenslotte besloot hij een einde te maken aan de eerste mensheid en een god te scheppen die de Nieuwe Mens zou maken. Op zijn bevel opende zich een grote rots en een wonderschoon kind stapte naar buiten. De herders die bij hun kuddes waakten op de velden zagen dit en verbaasden zich. Toen de duisternis viel gingen twee herders naar de opening in de rots en bewaakten de ingang met toortsen in de hand. Zij zagen hoe het kind groeide en veranderde in een jonge man. Op zijn hoofd droeg hij een kap, gevormd als een afgeknotte hoorn. Aan zijn zijde droeg hij een kort zwaard en in zijn hand hield hij een boog.

Tegen de ochtend was Mithras volgroeid en gereed om de wereld te veroveren. Hij kleedde zich in een kleed van vijgenbladeren en legde een pijl op zijn boog. Hij daagde zijn zus Mitra Danea uit, de onsterfelijke zon. Mitra leidde haar zonnewagen naar de aarde, en het vuur van haar wagen maakte een einde aan het leven van de mensen van het gouden tijdperk en aan alle dieren en planten op aarde.

De eerste fakkeldragers
Mithras redde slechts twee mensen van de ondergang: de twee herders die zijn grot hadden bewaakt met het licht van hun toortsen. Hij had hen verborgen in een onderaardse grot, de eerste tempel van Mithras! Cautes en Cautopates, zoals de fakkeldragers genoemd werden, waren de eerste priesters van Mithras en zij hadden de graad van soldaat en Pers in zijn eredienst.

Mithras sprak tot Mitra: “Zijt gegroet, schijnende wagenmenner van de hemelse wagen, Gij brengt licht en warmte op aarde. Ahura Mazda, de Vader, heeft mij gestuurd om de aarde en de mensen te herscheppen. Ik ben Mithras, en allen die mij volgen en deel nemen aan mijn heilige mysteriën zullen triomferen over de Deava’s. Ahriman zal geen vat op hen krijgen en als zij sterven zullen zij niet afdalen naar zijn ijzige rijk, maar wonen in een nieuwe paradijselijke tuin, die niet van deze wereld is en waar Ahriman geen vat op hen kan krijgen.” Mitra knielde neer voor Mithras en bracht hem eer en Mithras zei: “Voor eeuwig zullen zij, die deel nemen aan mijn mysteriën en de zesde graad bereiken naar U worden genoemd: Heliodromus, bestuurders van de zonnewagen! Er zal maar één graad zijn die hoger is, die van de vader, want alleen Ahura Mazda is hoger dan Mitra. Die hoogste graad zullen zij Pater noemen!” Mitra keerde terug met haar zonnewagen naar haar baan aan de hemel en Mithras stond op een heuveltop en overzag de verbrande aarde.

Toen hij tot Ahura Mazda bad opende zich een rots en daaruit sprong een stier tevoorschijn, groter, sterker en vol leven als nooit daarvoor of daarna een stier was. Mithras ving de stier en bracht hem naar een grot die als stal dienst kon doen. Toen kwam Corax, de raaf, tot Mithras gevlogen, naar wie de eerste graad is genoemd, en zei: “Ik ben de boodschapper van Ahura Mazda en ik ben gestuurd om je te zeggen, dat je je zwaard moet trekken en de stier moet offeren, want van zijn dood zal leven komen.” Mithras dwong de stier op de knieën, knielde op zijn rug, trok zijn bovenkaak naar achter en stak zijn zwaard recht in zijn hart. Toen de stier stierf kwamen een hond, een schorpioen en een slang tevoorschijn, gezonden door Ahrim. Zij wilden van van het bloed te drinken, maar Mithras joeg de beesten van Ahriman weg. Het bloed van de stier zakte in de grond en de zon smolt zijn grote lichaam en ook dat zakte weg in de grond. Uit die grond groeide De Nieuwe Mens en nieuw leven op aarde.

Eerste Nieuwe Mens: Nymphus
De eerste mens die door Mithras zo tot leven werd gewekt was Nymphus. Lange tijd was Mithras zelf de leider van de nieuwe mens en beschermde hen tegen de vele pogingen van Ahriman om macht over hen te krijgen. Tenslotte kwam toch het moment dat zijn tijd voorbij was en hij zich bij zijn hemelse vader moest voegen. Mithras riep Cautes en Cautopates bij zich en sprak: “Ik moet afscheid nemen en mij bij Ahura Mazda voegen in de hemel. Toch zal ik doorgaan over allen te waken en hen te leiden die offeren in mijn tempels en deel nemen aan mijn mysteriën. Niet allen zullen alle zeven graden doorlopen van mijn eredienst, maar allen moeten pogen dit te doen.

  1. Want de eerste graad van Corax is voor hen die mijn leringen hebben vernomen door de mond van mijn priesters en mij wensen te volgen.
  2. De tweede graad maakt van een man Nymphus, want hij is gehuwd met mijn geloof
  3. Miles, de soldaat, is hij die voor mij vecht .
  4. Leo jaagt aan mijn zijde om het kwaad te verdrijven.
  5. Persis de Pers brandt het kwaad uit met zijn toorts en verlicht het pad van mijn volgelingen.
  6. De zesde graad, Heliodromus, zal mijn volgelingen bevestigen dat zij in de zonnewagen naar de paradijslijke tuin zullen rijden en naast mijn vader zitten, buiten bereik van Ahriman, als hun tijd gekomen is.
  7. Ik zal daar zijn en zorg dragen voor zijn tafel.

Nu moet ik gaan en die tafel voorbereiden voor Hem en voor allen die de wetten van Ahura Mazda eerbiedigen, die ik jullie heb geleerd.”

De wereld van de opgaande zon
Daarna werd Mithras niet meer gezien in het land der mensen, want hij was vertrokken met de wagen van Mitra, die elke morgen weer hoop brengt aan de volgelingen van Mithras op aarde: de opgaande zon.